Overzicht, inzicht… Wat kan je kind allemaal al in het verkeer? En wat moet je hem nog leren? Hieronder een handig overzicht voor elke leeftijd:

Groep 1, 2, 3
Hij leert op deze leeftijd wat ‘gevaar’ en ‘veilig’ betekent.
Benoem risico’s die je onderweg tegenkomt en leer je kind dat er afspraken zijn die belangrijk zijn voor je veiligheid.
Maak afspraken over veiligheid met betrekking tot buiten spelen, veilig (achterop) de fiets en veilig gedrag bij verschillende weersomstandigheden.

Groep 4
Voorrangsregels en voorrangsborden zijn vaak nog te moeilijk. Je kunt je kind wel een aantal veiligheidsafspraken leren en deze samen oefenen.
Leer je kind niet de regel, maar leg uit wat hij kan doen. Bijvoorbeeld: stap af bij een kruispunt, kijk goed naar beide kanten of je veilig kunt oversteken.

Groep 5/6
Kinderen van 8 à 9 jaar zien gevaren nog niet goed aankomen. Tot ongeveer 10 jaar ontwikkelt het gezichtsveld en het vermogen om vanuit de ooghoek te zien.
Vraag wat je kind lastig vindt onderweg en of hij weet waar het gevaar zit. Bespreek hoe je veilig kunt handelen in die situatie.
Vanaf ongeveer 10 jaar zijn de meest basale verkeerregels en -borden bekend: Oefenen dus met de verkeersborden en voorrangsregels.

Groep 7/8
Tot een jaar of 11 kunnen kinderen zich op slechts één ding tegelijk concentreren. Daarna kunnen ze dus pas goed op het verkeer om zich heen richten.
Tot ongeveer 12 jaar kunnen kinderen complexe verkeerssituaties met meerdere verkeersdeelnemers uit verschillende richtingen niet goed overzien (kruispunten, rotondes, links afslaan)
Blijven oefenen, vooral bij nieuwe routes (naar de middelbare school) die je kind aflegt.
Leer je kind om altijd zelf te blijven opletten, ook andere verkeersdeelnemers kunnen soms iets onverwachts doen.

Brugpiepers

Gaat je kind al bijna naar de middelbare school? Dit zijn de fietstips gebaseerd op die van de Fietsersbond.

  • Verken samen met je kind de route naar de nieuwe school. Begin daar al mee zodra je weet welke school het wordt. Via de Fietsersbond Routeplanner kun je (via ‘Meer opties’) een autoluwe route plannen.
  • Stap onderweg af bij moeilijke of lastige verkeerssituaties en bespreek die ter plekke.
  • Veel kinderen doen graag stoer, ook in het verkeer. Snel nog even door rood, rijden met losse handen, elkaar trekken en duwen. Spreek je kind aan op zijn of haar verantwoordelijkheid.
  • Praat over groepsgedrag. Het komt al te vaak voor dat scholieren blindelings achter elkaar aan fietsen zonder zelf uit te kijken.
  • Zorg dat je kind zich ’s morgens niet hoeft te haasten. Sta op tijd op en zorg dat de schooltas de avond tevoren is ingepakt. Haast in het verkeer vermindert het opmerkingsvermogen.
  • Dit kun je eventueel aanschaffen:
    Een goede bagagedager met stevige snelbinders voor de schooltas. Fietstassen of een fietskrat zijn ook een optie.
    Goede sloten
    Goede fietsverlichting (Vuistregel = straatlantaarns aan, dan ook je fietslicht aan)
    Een felgekleurde jas valt beter op dan een zwarte. Bevestig eventueel losse reflectorstrepen op kleding of rugzak.

Bron: oudersvannu.nl